maandag 12 juli 2010

Oorlogsmonument in Frankrijk.

Vandaag, de 12e juli 2010, las ik een artikel in NRC Next over het Spaanse plaatsje Belchite. Het werd tijdens de Spaanse burgeroorlog aangevallen en is nu oorlogsmonument.  Het betrof een artikel over Almuneda Grandes ( Madrid 1960) die in haar boek Het ijzig hart  het verhaal  vertelt van twee families, aan weerszijde van de scheidslijn die Spanje tot op de huidige dag verdeeld heeft gehouden.   Wie nu naar het huidige moderne Spanje kijkt vanaf de jaren tachtig en dat vergelijkt met de periode daarvoor stuit direkt op de herinnering aan oorlog en 40 jaar dictatuur.  Zichtbaar gemaakt bij de overblijfselen van de ruïnes van het plaatsje Belchite.  In het toenmalige Spanje zijn na de oorlog, dus reeds in vredestijd, 150.000 mensen vermoord op een bevolking van 20 miljoen.  En van die 150.000 mensen zijn er 113.000 gewoon verdwenen waarvan niemand  meer iets  heeft vernomen.  Pas nu blijkt dat historici zich buigen over het bloedige verleden van de Spanjaarden.  Daarvoor werd dat uitsluitend door buitenlandse onderzoekers gedaan.    Het blijkt dat Spanje niet trots is op zijn verleden en er liever niet aan herinnerd wil worden.   Het verbaasde me dan ook niet toen ik midden in de jaren tachtig op een marktje in een Spaanse badplaats verdekt een vlag ontdekte met de Swastika.  Het eerste dat me toen te binnen schoot was dat er blijkbaar mensen zijn of een groep is die niets heeft geleerd.  Misbruik maken van macht, repressie uitoefenen op anderen en een grote mate van corruptie is niet alleen voorbehouden van landen als Spanje maar je ziet het ook in Italie, Griekenland en Portugal.  Landen met een voormalige dictatuur. Wat blijkt - de Europese landen waar het met de mentaliteit en corruptie van haar leiders nog steeds slecht gesteld is. En die nu door de andere Europese landen tot de orde moeten worden geroepen.

Maar bij de foto's van de ruines van Belchite bracht het ook - en met name -  de ruïnes in herinnering van Oradour-sur- Glane. Dit pittoreske plaatsje is gelegen in de Limousin zo'n 20 kilometer ten N.W. van Limoges.  Het betrof een centraal gelegen, welvarende gemeente waar de inwoners van Limoges, de nabij gelegen stad graag naar toe gingen om de frisse geur van het platteland op te snuiven. Men kon zich overgeven aan vermaak en aan de serene rust en vrede van de  natuur en aan het vissen in de rivier de Glane.   Er was ook een tramverbinding tussen de stad en het dorp.  Maar op de 10e juni 1944, 4 dagen na de invasie in Normandië,  zorgde een SS-eenheid ( tijdens het Neurenbergproces is de SS  een misdadige moordenaarsbende genoemd) ervoor dat Oradour-sur-Glane van de kaart werd geveegd.  Om precies te zijn zijn er op die dag 644 mannen, vrouwen en kinderen bijeengedreven en koelbloedig vermoord.  Daarna werd het dorp in brand gestoken en zijn er uitsluitend ruïnes overgebleven.  President De Gaulle heeft, na bezoek aan de overblijfselen, verzocht de restanten te behouden en als voorbeeld te dienen waar een misdadig fout regiem toe kan leiden.   Ik heb het dorp nu twee keer bezocht en diverse wandelingen door het dorp gemaakt.   De laatste keer ook het kerkhof bezocht waar de namen van de mannen, vrouwen en kinderen ( de jongsten zijn 2 jaar) in het marmer gebeiteld zijn.  Opdat men nooit mag vergeten.  Het is me niet duidelijk geworden of er ooit genoegdoening is geweest of uitgesproken door Duitsland.  Maar het zou een groots gebaar zijn geweest als tot in lengten van dagen met geldelijke middelen het dorp plus kerkhof zou worden onderhouden.



      

Geen opmerkingen:

Een reactie posten